Methodiek

De werkwijze van het Toetstheater is vooral een aanpassing van Boals methode ‘simultane dramaturgie’(het publiek regisseert), maar ontstaan vanuit een praktijk van training met professionals met rollenspel en psychodrama. Het draait om bewustwording en discussie met het publiek, maar daar blijft het niet bij. Het publiek wordt uitgedaagd om de scène te regisseren. De hoofdrolspeler volgt aanwijzingen op, en het effect wordt weer getoetst bij het publiek: "is het zo dan beter en hoe realistisch is dit eigenlijk?" Daarbij is er ook nadruk op het professionele gesprek tussen toeschouwers onderling.

Het verzorgen van interactief theater is een vak. Scenes worden gestructureerd met twee soorten rollen: hoofdrolspelers (protagonisten) en tegenspelers (antagonisten). De hoofdrolspeler is herkenbaar en geloofwaardig: het is een personage waarin iedereen zich kan inleven. Dit personage bevindt zich in een bepaalde situatie. Het gedrag laat iets zien van de onderliggende intenties. De tegenspelers kunnen uitgesproken karakters hebben, al naargelang de leerdoelen. Tijdens het spel is het publiek verantwoordelijk voor de prestaties van de hoofdrolspeler (protagonist). Deze is daarmee gevrijwaard van kritiek. Het publiek geeft aanwijzingen, de hoofdrolspeler doet niets uit zichzelf, althans niets goeds. De tegenspelers acteren binnen een opdracht en zijn daarmee ook behoed voor kritiek. Zij fungeren in eerste instantie vaak als storende factor en verergeren de situatie waarin de hoofdrolspeler zich bevindt.

De groepsreflectie over wat er in het spel gebeurt vindt plaats tijdens het spel, in intermezzo’s, en niet of nauwelijks erna. De intermezzo’s moeten leiden tot aanwijzingen aan de hoofdrolspeler. Het publiek vraagt zich af wat een goede professionele aanpak is van het probleem waarvoor het zich, in de gedaante van de hoofdrolspeler, in het spel gesteld ziet. De discussieleider (joker genaamd in de Boal-methode) geeft faciliterend leiding. Er is ruimte voor humor, maar niet voor betweterij.